‘… met elkaar verbonden en met de Eeuwige’

Welk verhaal geeft uw leven zin? In deze reeks vertellen Trouw-lezers hun zingevingsverhalen. Vandaag: Neske van Halsema (85). ‘We zaten daar in volmaakte harmonie en stilte. We voelden ons intens met elkaar verbonden en met de Eeuwige.’ (van Peter Henk Steenhuis, 15 april 2020).

Ik zit op zestienhoog achter de geraniums en ik geniet daar dagelijks van. Er is voldoende licht op mijn balkon, er komt nooit regen, de geraniums bloeien het hele jaar door. Het licht op de bloemen verschilt ieder uur. Net als het licht op de ­bomen beneden me, en op het Paterswoldsemeer verderop. Ons balkon is twee meter breed en zo’n acht meter lang. We hebben er een plankenvloer op laten leggen, er staan twee gemakkelijke stoelen en een eettafeltje met stoelen. Sinds mijn man is over­leden, nu tweeëneenhalf jaar geleden, is er niets veranderd.

“Wij hebben een spannend leven geleid. Mijn man was predikant. Toen hij drie jaar in functie was, zijn wij naar Zuid-Amerika vertrokken, waar destijds een nieuwe missie werd opgezet. We woonden tien jaar in Argentinië, vervolgens vijf jaar in Brazilië. Daarna besloten we terug te gaan, zoals mijn man het zei: ‘Echte­­ Zuid-Amerikanen worden we nooit en straks zijn we ook geen Nederlanders meer’. Mijn man werd ziekenhuispredikant in Groningen, hij was daar uitstekend op zijn plek. Met veel plezier woonden we in een gehorige doorzonwoning uit de jaren vijftig.

Nog een keer samen verhuizen

“Ik wil nu wel dat huis uit, zei ik, toen mijn man een aantal jaren met pensioen was. Daar had hij geen zin in, mannen zien vaak op tegen een verhuizing. ‘Ik wil graag nog één keer samen met jou verhuizen.’ Voor dát argument was hij gevoelig, Henk was inmiddels begin ­zeventig.

“Ik wist wat ik wilde. Op vakantie in Portugal logeerden we eens in een flat met een balkon. Daar ontdekte ik dat ik een balkonzitter ben. Ik kijk graag bovenop, en ik kijk graag ver. In Portugal keek ik ’s ochtends als eerste over zee uit. Nu kijk ik ’s ochtends naar de luchten, die elke dag anders zijn.

“Een balkonzitter moet rust hebben. Ik ben een busy mens. Niet van nature, zo heb ik ontdekt, maar van huis uit. Iedere ouder manipuleert zijn kinderen, dat kan niet anders. Iedere ouder indoctrineert zijn kinderen, dat kan ook niet anders. Mijn moeder was altijd bezig en die eigenschap wilde ze mij per se ook mee­geven.

Manipulatieve meditatieleraar

“Terug in Nederland vond ik de kerk te ­rationalistisch. En mijzelf ook. Ik ben de meditatiecursus ‘Tao-Zen, de weg van niet-dwang’ gaan volgen. Dat leek me iets voor mij, ik was druk, rationalistisch en nogal dwangmatig. Op de cursus zaten veel ex-gereformeerden. Voor hen kwam ik niet. Ook niet voor de meditatieleraar, die ongelooflijk manipulatief was. Ik ga leren mij niet te laten manipuleren, dacht ik.

“Er was ook een vrouw, zij gaf Feldenkrais, een methode om je bewust te worden van je ­lichaam. Zij vroeg: ‘Sta jij meer op je rechtervoet of op je linker?’ Ik keek haar aan: mens waar heb jij het over? ‘Sta je meer op je voorvoet of op je achtervoet?’ Ik besefte: dit gaat over iets dat mij ontbreekt. Mijn intellect heb ik gedurende mijn leven ontwikkeld, mijn ­gevoel niet. Dan bedoel ik niet: boos zijn, liefhebben, bang zijn. Dat zijn emoties, die ontwikkel je met je hersenen. Met voelen bedoel ik: gevoelszintuigen. ‘Ik voel niets’, zei ik ­tegen de Feldenkraislerares. ‘Dat kan’, zei ze, ‘maar dat is niet het laatste woord.’

Wat ruik en voel ik?

“Ik ben oefeningen gaan doen om mijn gevoelszintuigen te ontwikkelen. Ik heb naar mijn adem leren luisteren. En geleerd mij af te vragen: wat hoor ik, wat zie ik, wat ruik ik, wat voel ik?

“Bij een voorlichting over flats die vlakbij het Paterswoldsemeer zouden worden gebouwd, raakte ik enthousiast, want ik herinnerde me de ervaring in Portugal nog. ‘Bel de makelaar maar’, zei mijn man bij thuiskomst, hoewel er nog geen paal in de grond zat.

“Vanaf de eerste dag vond ik het hier fantastisch. Ik ben opgegroeid op het Friese platteland, het weidse van dat land ervoer ik hier weer. Ik houd van zon, water en lucht, helemaal niet van bos – dat zegt iets over mij, niets over de bossen.

Volstrekte harmonie

“In de zomer van 2017 zaten we elke dag van vijf tot acht op ons balkon. Mijn man las, ik deed mijn handwerk. Op een avond was het anders. Na verloop van tijd zei ik tegen mijn man: ‘Merk je dat we nu helemaal niets doen? We zaten daar in volmaakte harmonie en stilte. We voelden ons intens met elkaar verbonden en met de Eeuwige.

“In november 2017 is mijn man aan een ­hartstilstand overleden. Mensen zeiden: ‘Wat erg dat je helemaal geen afscheid hebt kunnen nemen.’

“Zo voelde ik dat niet, wij hadden het volmaakte bereikt, er hoefde niets meer gezegd te worden.

Veroordelende gereformeerde wereld

“De dichter Pablo Neruda schrijft ergens: ‘Al gaande wordt de weg gebaand’. De gereformeerde wereld waaruit ik kom, is veroordelend: doe het goede, maar het is normatief wat dat goede is. Op mijn balkon hoef ik niets te doen. De zin van het leven is voor mij bewustwording. Van mijn adem, van mijn gevoelens, van de dingen en als laatste: van de stilte.

“Ik heb dit geleerd dankzij die meditatie­cursus en dankzij de jarenlange training van mijn gevoelszintuigen. Ik was een verwrongen mens. Ik heb mijn moeder mijn opvoeding kwalijk genomen. Nu niet meer, zo was de tijd. Zolang je de oorzaak van je problemen bij een ander legt, ben je niet volwassen.

“Zoals toen met mijn man wordt het nooit meer. Toch, als ik nu in stilte op mijn balkon zit, ervaar ik een diepe vrede.”