plaatsing poëziesteen Bonifatiuskerk

Op 21 januari 1945 moesten op last van de Duitsers
20.000 mensen gedwongen geëvacueerd worden
uit Roermond. Zij moesten met bagage, geplaatst
op karretjes of in kinderwagens, lopend naar een
station in Duitsland en vandaar vervoerd in vee-
wagens voor een dagenlange barre tocht naar het
noorden van Nederland. In Friesland, Groningen
en Drenthe kregen zij onderdak bij particulieren.

Zo kwamen er 8500 mensen in Leeuwarden. De pastoor van Roermond had in zijn bagage het beeldje van Onze Lieve Vrouwe in ‘t Zand meegenomen, dat een tijdelijke plek kreeg in de Bonifatiuskerk. Later kregen wij een replica, die nog steeds in een nis in de doopkapel staat.
Nu is er een permanente herinnering aan het verblijf van de Roermondenaren aan Leeuwarden in de vorm van een poëziesteen, met een indrukwekkend gedicht van Meity Völke uit Roermond.
Vertegenwoordigd door beide steden/provincies waren aanwezig de commissaris van de koning Arno Brok en locoburgemeester Angelie Waaijen uit Roermond. Verder de initiërende Stichting Poëziestenen, vertegenwoordigd door Geart deVries en Peter van Dijk, die de contacten legden tussen Roermond, Leeuwarden en de dichteres.
Ieder van hen gaf op eigen wijze een impressie van het verblijf van de evacués in Leeuwarden, de reis en de persoonlijke ervaringen en verhalen. Pastoor Van der Wal opende de bijeenkomst. Hij stak een kaars aan bij Onze Lieve Vrouwe in ‘t Zand. Dit gebeurde op hetzelfde moment ook in Roermond bij het gelijknamige beeldje. Een mooie symboliek. Muziek was er door Hendrikje van den Berg en Janneke Boeschoten op orgel en viool. Daarna was het tijd om buiten, naast de ingang van de kerk, de steen te onthullen, door Limburgs zand samen met Fries zand weg te vegen, waarna het gedicht: ‘In de verre huizen’
zichtbaar werd.

Ida Jorna (tekst en foto’s)